Samen opleiden: hoe kijken directeur GDT en manager SKO terug op het eerste jaar?

GDT nieuwbouw Oegstgeest

In het kader van ons jaarthema Samen kom je verder kijken we in dit interview naar de waardevolle samenwerking tussen OPOO en SKO. Dit jaar is namelijk de nieuwe gezamenlijke opleiding tot Kindprofessional van start gegaan, waarbij BBL-collega’s op OPOO-basisscholen en BSO-locaties van SKO worden opgeleid tot zowel onderwijsondersteuner en als gespecialiseerd pedagogisch medewerker (pm’er). Het doel is om beter in te spelen op de behoeften van de kinderen en hen een optimale ontwikkeling te bieden.

Op drie van de vier OPOO-locaties delen SKO en de school al ruimtes en verzorgt SKO de tussenschoolse opvang tijdens de lunchpauze van de docenten. Bij de Gevers-Deutz Terweeschool (GDT) zal SKO bij de verhuizing voor de nieuwbouw ook vanuit hetzelfde gebouw opvang gaan aanbieden.

Directeur Lennart Zomer van de GDT en manager Kinderopvang Petra Jonker van SKO gaan met elkaar in gesprek over de achtergronden van deze nieuwe opleiding. Welke voordelen deze biedt voor zowel de kinderen als de medewerkers en hoe de opleiding de samenwerking tussen hun teams heeft verbeterd. Een gesprek dat de kracht van samenwerking benadrukt en laat zien dat we samen sterker staan in het bieden van het beste onderwijs, opvang en zorg voor onze kinderen. 

Hoe heeft de nieuwe opleiding jullie samenwerking beïnvloed? En wat maakt deze samenwerking uniek?  
Petra benadrukt dat beide organisaties een sterke bereidheid hebben om samen te werken aan de opleiding: “Het is bijzonder om te zien dat, ondanks de fysieke afstand tussen onze teams, die wil om samen te werken er echt is.” Lennart merkt op dat de gezamenlijke opleiding de samenwerking heeft versterkt, zelfs al zitten ze in verschillende gebouwen. “Door deze samenwerking ben ik bijvoorbeeld bij de BSO langs geweest. Het heeft ons op een ander niveau samengebracht en geleid tot een nieuwe verstandhouding”, vertelt hij. “Het was heel bijzonder om daar te zijn en te zien hoe de kinderen van de GDT me aankeken, van “Hé, wat doe jij hier? Waarom ben je hier?”

Welke voordelen zie je in een gezamenlijke opleiding voor de kinderen? 
Beiden zijn het erover eens dat het voor de kinderen heel waardevol is om bekende gezichten te zien, zowel op school als op de BSO. De vertrouwdheid die dat biedt, wordt gezien als het belangrijkste voordeel. Lennart vertelt enthousiast: “De ontwikkeling van een kind stopt niet om half drie, die gaat door op de BSO. Dat ik daar nu meer inzicht in heb gekregen, heeft echt wat opgeleverd voor de kinderen. Het maakt je bewuster van wat er na school gebeurt. En ik heb ook veel meer beeld bij de verhalen van de BBL’ers over hoe het op de BSO verloopt.” Petra voegt toe: “Als een medewerker die het kind overdag op school ziet, ook mee gaat naar de plek waar het kind in een vrijetijdsetting is, heeft dat een grote impact op de relatie. Die medewerker heeft een totaalbeeld van het kind; het is geen momentopname. Hij of zij heeft de hele dag gezien hoe het met dat kind gaat en kan daar in de middag op doorbouwen. Het maakt bijvoorbeeld uit of een kind buiten is geweest, ruzie heeft gehad, een rustige of drukke dag heeft gehad. Dit levert veel op, niet alleen voor de relatie, maar ook voor het werk zelf. Je kunt het beste werk leveren als je het kind goed in beeld hebt, en dat gebeurt met de combibaan.”

Zijn er ook nadelen? 
Lennart: “Als er geen klik is met de leerkracht, kan dat echt vervelend zijn. Daarnaast kan het soms een belemmering zijn voor een kind als de juf van school ook op de BSO werkt. Het zou kunnen dat het kind zich daardoor geremd voelt.” Petra antwoordt dat ze bemerkten dat collega’s met een combibaan een ander soort overwicht ervaren, zowel op school als op de BSO. “Kinderen lijken op school wel sneller naar de collega te luisteren dan wanneer die met dezelfde kinderen op de BSO werkt. Onder schooltijd zijn ze dus andere werkwijze van dezelfde kindprofessional gewend dan na schooltijd bij de BSO”, zegt ze.

En welke voordelen zie je voor medewerkers? 
Petra: “Het is een interessante baan, omdat je meer doorgroeimogelijkheden hebt dan alleen als pm’er, en de werktijden zijn aantrekkelijker. Daarnaast zorgt de inzet van onderwijsondersteuners voor ontlasting van de leerkrachten. Hier heeft niet alleen het kind baat bij, maar ook de medewerkers, zowel de pm’ers als de leerkrachten.”

De BBL-collega’s voelen zich heel erg thuis in beide teams. Wat hebben jullie gedaan om te zorgen dat dit zo goed lukt?
“Het is belangrijk dat er een ’thuisgevoel’ voor de BBL-collega’s gecreëerd wordt, zodat zij zich vanaf het begin volwaardige teamleden voelen”, zegt Petra. “En we hebben veel aandacht besteed aan het betrekken van het hele team bij de opleiding. Het mboRijnland heeft een presentatie aan het team gegeven over wat de opleiding inhoudt. Het lijkt erop dat deze extra stap bijdraagt aan de goede ervaring.” Lennart voegt toe dat zij de presentatie van het mboRijnland voor de hele school hebben gehouden, wat de betrokkenheid nog verder versterkte. Daarnaast zijn de werkplekbegeleiders op bezoek geweest bij SKO, zodat zij zich nog meer verbonden voelden met de verschillende werkplekken. “Het was een nieuwe samenwerking voor zowel Petra als mij, het begon blanco”, vertelt Lennart. “We hebben het echt gepresenteerd als een nieuwe wereld, en dat heeft ons veel waardering opgeleverd. We hebben de BBL-collega’s ook meteen als collega’s aangesproken, niet als BBL’ers.”

SKO en OPOO hechten veel waarde aan een doorgaande ontwikkel- en leerlijn. Denken jullie dat deze samenwerking hieraan zal bijdragen? 
Lennart geeft aan dat vooral de BBL-collega’s er tegen aanlopen dat dit bij GDT en Vuur & Vlam nog niet echt gerealiseerd is. Zij merken dit tijdens de opdrachten voor hun opleiding. “De rest van het team is er nog niet zo mee bezig, maar gezien de toekomst lijkt het me wel verstandig om hier meer aandacht aan te besteden”, zegt hij. Petra voegt hieraan toe dat het nu nog wat geforceerd aanvoelt. “Als we straks samen in één gebouw zitten, zal het makkelijker worden. Op dit moment is het contact vooral tussen de leerkracht en de pm’er wanneer er iets speelt met een kind”, legt zij uit.

Over een jaar zijn de BBL-collega’s twee diploma’s rijker. Hoe zien jullie dan de toekomstige werkplek voor deze dubbelgediplomeerden voor ogen?

Lennart GDTLennart geeft aan dat het belangrijk is om de brugfunctie van de kindprofessional concreter te maken: “We moeten beter verduidelijken wat de brugfunctie precies inhoudt en wat het ons allebei kan opleveren, zodat we nog beter voor de kinderen kunnen zorgen.” Ook als we in de toekomst toe zouden gaan naar verlengde schooldagen, waarbij schooltijd en BSO-tijd door elkaar lopen, kan de combifunctie hieraan bijdragen. “Zeker als het gaat om aanbod in thema’s. Dit biedt meer ruimte voor één-op-één momenten. Zo kun je beter gebruik maken van de capaciteiten van zowel de pm’er/kindprofessional als de leerkracht.”

Petra voegt toe dat de toekomst mogelijk meer projectmatig onderwijs kan inhouden, waarbij spel, buitenactiviteiten en kunst meer verweven worden. “Een deel van het aanbod kan op een speelse manier door de BSO verzorgd worden. Dit moet dan wel in samenspraak en samenwerking tussen de leerkracht en de pm’er gebeuren.”

Beiden vinden ze dat de leerkracht in een ideale situatie verantwoordelijk voor het curriculum is. Die kijkt dan samen met de kindprofessional of pm’er hoe zij als team invulling kunnen geven aan de verschillende onderdelen. Daarbij moet worden uitgegaan van ieders krachten en voorkeuren voor bepaalde taken. Petra geeft een voorbeeld: “Stel, een kind heeft extra taalondersteuning nodig. Dit kan op verschillende manieren ingevuld worden. Je zou bijvoorbeeld de kindprofessional of pm’er kunnen inzetten voor de taalondersteuning, of die persoon houdt zich juist bezig met de rest van de klas, zodat de leerkracht zich volledig kan richten op de taalondersteuning. Zo kun je heel flexibel invullen wat passend en nodig is.”

Kun je afspraken bedenken die nodig zijn om de samenwerking tussen de OPOO scholen en SKO locaties duurzaam te maken?  
Om de samenwerking tussen OPOO-scholen en SKO-locaties duurzaam te maken, is het belangrijk om structurele afspraken te maken. Een belangrijke factor hierbij is de financiering. Petra benadrukt dat het voortbestaan van combibanen een stabiele basis kan bieden: “Als de combibanen blijven bestaan, kunnen we een vaste professional inzetten in de onder-, midden- en bovenbouw. Dit zorgt ervoor dat kinderen zowel in de ochtend als in de middag een vertrouwd gezicht zien, wat bijdraagt aan een duurzame werkwijze.”

Naast financiële middelen speelt ook de onderlinge ontmoeting een grote rol. Lennart voegt hieraan toe dat samenwerking niet alleen afhankelijk is van de combifunctie: “Elkaar zien en ontmoeten blijft essentieel, ook als de BBL-opleiding zou stoppen.” De verhuizing naar een gezamenlijk gebouw kan hierin een kans bieden. Ook Petra ziet hierin mogelijkheden: “Mocht de combibaan verdwijnen, dan kunnen we alsnog andere manieren vinden om de samenwerking voort te zetten. Het feit dat we straks samen onder één dak zitten, creëert daar nieuwe mogelijkheden voor.” Een mogelijke ontwikkeling is dat de teams van de school en de BSO op termijn volledig samensmelten. Lennart suggereert dat dit een toekomstbestendige oplossing zou kunnen zijn. Beide organisaties zijn nu bezig met visie hierop ontwikkelen en zowel Lennart als Petra kijken graag samen verder hoe ze daar stap voor stap kunnen komen.

Er is plek bij
SKO Oegstgeest!

Op diverse BSO- en dagopvanglocaties is ruimte voor nieuwe aanmeldingen.