Kindvolgsysteem
Wij geloven dat ieder kind zich ontwikkelt op zijn eigen manier en in zijn eigen tempo. Ons kindvolgsysteem is er daarom niet om te meten wat een kind “hoort” te kunnen, maar om te volgen wie een kind is. Dat onderscheid klinkt misschien subtiel, maar het bepaalt alles in hoe we kijken, observeren en handelen.
Het systeem is ontwikkeld vanuit ons eigen pedagogisch beleid en geïnspireerd door actuele wetenschappelijke inzichten. Het past bij wie wij zijn. We maken onderscheid in een systeem voor dagopvang / peuterspeelzaal en de BSO
- Samen Kijken en Ontwikkelen (0–4 jaar)
- Samen Kijken en Onderzoeken (4–12 jaar)
Welbevinden en betrokkenheid als vertrekpunt
De basis van ons kindvolgsysteem ligt bij twee vragen: voelt dit kind zich veilig en prettig? En gaat het lekker op in wat het doet? Welbevinden en betrokkenheid zijn voor ons geen bijzaak. Ze zijn de voorwaarde voor alle ontwikkeling. Wanneer een kind zich gezien en op zijn gemak voelt, ontstaat er ruimte om te groeien en de wereld te ontdekken.
Onze pedagogisch professionals observeren kinderen dagelijks. Niet met een checklist, maar met oprechte aandacht voor wie het kind is en wat het bezighoudt. Ze passen daarop het aanbod en hun eigen handelen aan. Daarnaast leggen ze periodiek hun bevindingen vast in het kindvolgsysteem.
Hoe we dit doen – en voor wie
Bij de dagopvang en peuterspeelzaal (0–4 jaar) volgen we welbevinden en betrokkenheid op individueel niveau. Op vaste momenten nemen de pedagogisch professionals extra tijd om zich te verdiepen in de ontwikkeling van een kind. Ze kijken per ontwikkelingsgebied welke groei zichtbaar is, wat het kind op dat moment aan het leren is en hoe ze daar het beste op kunnen aansluiten. Die inzichten vertalen zich naar de begeleiding en het activiteitenaanbod.
Bij de BSO (4–12 jaar) verschuift de blik gedeeltelijk naar groepsniveau: wat heeft deze groep nodig, en wat vraagt een individueel kind daarbinnen? Bij de oudere BSO-kinderen vragen we ook actief naar hun eigen mening en ervaringen. Zij zijn zelf een bron van informatie over wat ze nodig hebben.
Ouders als onmisbare partner
De bevindingen uit het kindvolgsysteem zijn de basis voor onze gesprekken met ouders. Want ouders kennen hun kind als geen ander en die kennis is voor ons onmisbaar. Die uitwisseling is bewust wederkerig: we leren van elkaar.
Signaleren en samen onderzoeken
Signaleren we iets dat aandacht vraagt, dan gaan we samen op onderzoek: wat heeft dit kind, in deze situatie, nodig? We werken cyclisch dat wil zeggen: we maken een plan, voeren het uit, evalueren en passen aan. Waar dat helpend is, betrekken de pedagogisch professionals onze pedagogisch coach. En soms zoeken we samen ook verbinding met partners buiten SKO, zoals school of het Centrum Jeugd en Gezin.